1. Alle bedragen die in de loop van het jaar leiden tot een toename van het eigen vermogen van een niet-commerciële organisatie.
2. Inkomsten van een niet-commerciële organisatie na correctie voor ' vooruit ontvangen bedragen' en 'nog te ontvangen bedragen'. Dus het bedrag aan inkomsten dat zou ontstaan als iedereen zijn rekening op tijd zou betalen.
3. Werkelijke opbrengsten die leiden tot een toename van het eigen vermogen van een onderneming, bijvoorbeeld interestbaten.
4. Alle werkelijke opbrengsten (dus alle posten aan de creditzijde) in een verlies- en winstrekening die in scontrovorm is opgesteld [euro/periode] Ook hier staat een specifieke betekenis van de term lasten tegenover.
5. Voordelen in materiële of immateriële zin die voortvloeien uit een project.
6. Alle posten die mogelijk tot opbrengsten leiden bij verkoop door een curator in het geval van een faillissement.